Leestijd: 4 minuten

Hoewel ik ben opgegroeid in een gezin dat best ruimdenkend was mbt. persoonlijke vrijheid in verband met maatschappelijke onderwerpen, werd er zelden of nooit over emoties of seksuele gevoelens gesproken. Dat waren onderwerpen van onder de gordel en dat leidde al snel tot gegniffel.

Datzelfde gold voor mijn klasgenoten op de middelbare school, waar puberale hormonen meer op de lachspieren werkten dan op de seksuele of relationele omgang. Woorden en opmerkingen die dubbelzinnig uitgelegd konden worden, waren reden tot pesten en uitlachen. Simpele woorden als ‘stijf’, ‘nat’, ‘heet’, ‘worst’, ‘vies’ of ‘wind’ leiden tot de grootste hilariteit. Dat maakt dat ik erg op mijn woorden ging letten, want stel je voor dat ze me zouden uitlachen. Ik was toch al een pispaaltje. Als laatste gekozen worden bij gym, uitgelachen worden omdat ik sandalen droeg en uitgesloten worden omdat ik niks durfde te doen. Bovendien ‘homo’ was het favoriete scheldwoord. Die sociale uitsluiting was niet echt bevorderlijk voor mijn zelfbeeld.

In mijn coming out heb ik dus vooral mezelf in de weg gezeten. Dit terwijl ik al in de 4e klas (groep 6), ik was toen een jaar of 11, ontdekte dat ik warme gevoelens kreeg wanneer ik dichtbij mijn toenmalige beste vriend stond. Ik heb het hem nooit durven vertellen, laat staan aan mijn familie. Woensdagmiddag, als we vrij waren, stelde ik vaak voor om samen te gaan zwemmen. Dan kon ik hem immers -bijna- naakt zien, hij had zo’n mooi lichaam! Het gebied onder het zwembroekje kwam niet bij me op, dat vond ik ‘vies’.
Na de lagere school zijn we beiden naar een andere school gegaan en hebben we elkaar nooit meer gezien.

Na de middelbare school kwam ik in een persoonlijke crisis terecht, mede door de uitsluiting en het pestgedrag wist ik me niet te handhaven in de boze buitenwereld.

‘s Zomers ging ik jaarlijks mee met kampwerk. Zomerweken voor gemengde groepen kinderen en later ook voor jongeren en jong volwassenen. Daar ontstonden natuurlijk de nodige stelletjes. Meisjes wilden met mij, maar ik niet met hen, want ik voelde me totaal niet tot hen aangetrokken en wist niet wat ik met hen aan moest. Sommige populaire jongens vond ik wel leuk, maar ik was zo schuchter dat ik die niets durfde te vertellen over mijn gevoelens. Zij waren zo populair bij de meiden en daardoor hadden ze een status bij de andere jongens. 

Deze kamporganisatie had elk jaar ook een homo/lesbokamp voor jongeren. Zonder dat thuis te vertellen heb ik me eenmaal ingeschreven voor dat kamp toen ik 18 was. Het was een lieve en verwelkomende groep jongens en meiden, maar daarna heb ik de kastdeuren direct weer op slot gedraaid. Ik was er gewoon bang van. In die tijd had je ook niet zo veel aantrekkelijke rolmodellen, je had Albert Mol, Jos Brink en Robert Long. Niet echt rolmodellen voor mij en ik durfde er gewoon niet aan toe te geven. Mijn beeld van homoseks beperkte zich tot neuken in je poepgat, waar ik van walgde en leidde onherroepelijk tot aids. Wat toen nog een dodelijke ziekte was.

In die tijd had je thuis nog geen internet of computers, dus contact zoeken ging via de 3in1 advertenties in de kranten van Trouw/Volkskrant/Parool. In de zaterdagkrant waren bladzijdes vol gevuld met contactadvertenties, ook voor ‘man zoekt man’. Week ik week uit heb ik regelmatig geschreven op nummers en dan dagen, soms weken wachten op antwoord en dan hopen op een date. Het heeft mij nooit een vriend opgeleverd.

De scene en het COC vond ik veel te eng! Bij het COC hadden ze toen een soort stoomcursus van 10 wekelijkse avonden, waarbij je voor de 10e avond verplicht was om het aan je ouders te vertellen. De scene heb ik ervaren als mannen die alleen op jacht waren naar vlees en seks. Omdat ik niet voldeed aan het aantrekkelijke model van mode fotomodel, leernicht, gespierde macho of twink, werd ik daar ook al snel genegeerd en stond ik onbenaderbaar, als muurbloempje langs de kant af te wachten.

In die rubrieken van contactadvertenties kwam ik ook langs een advertentie van Stichting De Kringen, die ook een Jongerenkring hadden in Utrecht. Daar kon je je eigen homogevoelens adhv veilige thema’s verkennen in je eigen tempo met leeftijdsgenoten. Het voldeed in alles meer aan mijn behoefte aan diepgang en contact, dan de scene. Maar ik had het ‘thuis’ nog steeds niet verteld, terwijl ik al wel op mijzelf woonde. Ik had mij voorgenomen dat als ik eenmaal een vriend gevonden had, ik hem zou voorstellen aan mijn ouders als ‘mijn vriend’, zodat ik de woorden ‘ik ben homo’ niet in mijn mond hoefde te nemen. Die vriend is er echter nooit gekomen. 

Als Jongerenkring gingen we gezamenlijk naar de Roze Zaterdag. Mijn eerste keer was 1990, toen werd die georganiseerd in Zwolle. Ik had me 31 december 1989 al voorgenomen: in 1990 kom ik uit de kast, ik was toen 26 jaar. Op de vrijdag voor de Roze Zaterdag hadden we een etentje met het hele gezin, een traditie in ons gezin voor de zomervakantie. Na afloop vroeg ik, voordat we wegfietsten, zo ontspannen mogelijk of de anderen nog leuke plannen hadden voor het weekend. Na een paar reacties, kwam waar ik op hoopte, want er werd ook aan mij gevraagd wat mijn plannen waren: ‘Ik ga naar Zwolle, daar is de Roze Zaterdag’, zei ik en fietste weg. De zondag daarna stonden mijn ouders voor de deur en wilden even met mij praten. Mijn moeder had rode ogen en ik begreep dat ze gehuild had. Mijn vader rationeel als altijd deed het woord en wilde even nagaan of hij het goed begrepen had, dat ik die vrijdag had meegedeeld dat zijn zoon homo was. ‘Ja’, zei ik alleen. Zijn reactie was rationeel: ‘wij accepteren je, je zal voor jezelf moeten accepteren dat je anders bent’. Was ik daar nou zo bang voor geweest? Had ik daar van mijn 11e tot mijn 26e op gewacht? ‘Ja’, zei ik, mede omdat ik toch iets meer had verwacht, ‘geldt dat niet voor iedereen? Jezelf accepteren zoals je bent, zowel voor hetereo’s als voor homo’s?’  

Mijn familie heeft er verder nooit meer naar geïnformeerd, mede omdat ik nooit een vriend mee naar huis heb gebracht. Als ik ter sprake breng dat ik veel vrijwilligerswerk doe voor de een of andere homo-organisatie, word er geluisterd maar word er verder geen belangstelling getoond. Ze accepteren het wel, geloof ik, want dat hoort bij hun intelectueel niveau. Maar mijn wereld als alleenstaande homoman verschilt zo faliekant met hun ‘hetero-in-een-relatie-met-kinderen-wereld’, dat zich daar een soort blinde vlek heeft ontwikkeld.

Toch word ik af zo af en toe nog verrast door mijn moeder. In Utrecht hadden we in 2005 de Eurogames, een LGBT+ sporttoernooi. Voor de organisatie hadden we mensen nodig die de deelnemende sporten zouden uitbeelden. We zochten daar nog mensen voor, oa. voor de sport ‘tennis’. Mijn moeder tenniste toen nog en dus heb ik haar gevraagd en ze heeft meegedaan. Later vroeg ik of er een aantal Eurogames deelneemsters in haar overtollige ruimte in het ouderlijk huis konden logeren. Ze stemde er meteen mee in.

Door dergelijke gestes weet ik dat mijn ‘anders zijn’ geaccepteerd wordt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in