Leestijd: 2 minuten

Er is een gedicht dat begint met “ik zoek een reisgenoot”. Ik vind dat een mooie omschrijving van de liefde die ik voor sommige mensen voel. Ik wil met iemand op avontuur, en de ene persoon is geschikter als reisgenoot dan de andere. En verschillende mensen zijn ook geschikt als gids in verschillende avonturen.

De ene vriend of vriendin is meer iemand om mee op de koffie te gaan, de andere meer om mee naar het theater te gaan, met weer een ander bespreek ik graag literatuur en ga zo maar door. Stuk voor stuk zijn dit mensen waar ik graag mee op avontuur ga, maar het avontuur is steeds anders en de expertise van de gids ook.

Soms droom ik ervan dat er iemand is met wie ik alle avonturen tegelijk mag meemaken, een reisgenoot, niet alleen voor koffie, museums, restaurants, en wandelingen, maar een reisgenoot voor het hele leven. Mijn ouders vonden die reisgenoot in elkaar, en veel van mijn vrienden en kennissen hebben hun reisgenoten inmiddels ook gevonden. Maar ik heb nooit begrepen hoe.

Soms sprak ik met vriendinnen over verliefdheid. Ik legde ooit uit dat ik eigenlijk iemand wilde vinden waar ik van mág houden zonder me daar schuldig over te voelen. Iemand aan wie ik een SMS mag sturen met “Hoi, ik mis je en ik houd van je. Heb een leuke dag vandaag! X”, zonder dat dat raar is. Iemand waar ik aan mag denken, zonder dat ik me daarna slecht hoef te voelen over dat ik aan diegene denk. Mijn opmerkingen stuitten op hoongelach van mijn vriendinnen: “Wil je dan iemand om mee te trouwen ofzo?”.

Ik moest mijn vriendinnen het antwoord schuldig blijven. Trouwen was nooit het doel, en ik begreep en begrijp dat relaties soms spaak lopen, maar seks was ook nooit het doel. Veel meer ging ik ervan uit dat, als je een relatie hebt, je soms seks hebt. Maar nooit dacht ik eraan dat ik een man of vrouw graag naakt wilde zien of seks met diegene wilde.

Vaak verloor ik vriendinnen of goede vriendschappen doordat mensen dachten dat ik niet eerlijk tegen hen was of omdat mensen vonden dat ik me moralistisch en belerend gedroeg. Nooit kreeg ik mensen duidelijk gemaakt dat ik niets op tegen seks had, dat het geen principiële keuze was, en dat ik zelfs blij voor anderen was als ze een goede one-night-stand hadden gehad, maar dat ik er van mezelf niet naar verlang.

Inmiddels weet ik dat ik aseksueel ben, en kan ik dat antwoorden als het gesprek weer eens over mooie mannen gaat. Soms komt de vraag waarom ik dan, als aseksueel en grijs-aromantische persoon, toch een relatie wil. Dan antwoord ik: Awater, ik zoek een reisgenoot.

*Het gedicht “Awater” van Martinus Nijhoff is te lezen onder https://www.dbnl.org/tekst/nijh004awat01_01/nijh004awat01_01_0001.php

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in