Leestijd: 3 minuten

Ik heb altijd van religieuze muziek gehouden. Dit terwijl ik nooit in God geloofd heb. Toch luisterde ik veel naar gospel, christelijke popmuziek, en natuurlijk was er ook “geen dag zonder Bach”. Mijn interesse voor deze muziek werd niet gevoed door een religieuze interesse en ook zeker niet door opvoeding. Nee! Mijn interesse voor deze muziek lag erin dat de teksten gingen over iets anders dan verliefdheid en seks.

Zingen is altijd mijn grootste liefde in het leven geweest en ik zong alles wat ik op de radio en televisie hoorde. Maar de teksten spraken me zelden aan.

Al snel ging mijn interesse uit naar de folk, de country, en de klassieke muziek. Er moest een verhaal in zitten. Een verhaal dat anders is dan “ik wil je nu en altijd”, een verhaal dat anders is dan “you’re so sexy” en een verhaal dat méér is dan “mijn geliefde is alles”. Dit was niet uit snobisme, maar uit onbegrip. Veel muziek ging over gevoelens die ik niet deelde en niet herkende.

Daarnaast werden mijn muzikale interesses ook ingegeven door zelfbescherming: Wanneer ik een liefdesliedje mooi kon zingen, dan kwam er vrij snel een volwassene vragen “of er niet een speciaal jongetje was waar ik zo mooi voor zong?”.

Bijna alle popmuziek, films, musicals, en zelfs kinderliedjes en kindertheater, gaan over verliefdheid. Ik heb nooit begrepen waarom dit onderwerp zo belangrijk moest zijn. Om me heen zag ik natuurverschijnselen, dieren, bijzondere apparaten en machines, en er vonden ook steeds nieuwe sociale ontwikkelingen plaats. Ondertussen ging de muziek alleen maar over een obsessie die sommige mensen voor één persoon hebben.

Ondanks dat veel opera’s over verliefde mensen gaan, en vaak ook heftige seksscènes bevatten, is de klassieke muziek mijn favoriete genre gebleven. De verhalen gaan namelijk nooit alléén maar over verliefdheid en seks. Ze gaan over mensen die in opstand komen tegen gezag, over mensen die tegen sociale structuren aanlopen waar ze het niet mee eens zijn, over verdriet en pijn, en vooral over mensen die méér zijn dan verliefd. De verliefdheid en de seksuele gevoelens zijn slechts een klein onderdeel van een veel groter verhaal. Nooit heb ik een aversie gehad van liefde, verliefdheid of seks, maar ik heb ook nooit begrepen waarom het hier altijd over moest gaan op MTV.

Voor mijn puberteit had ik al het idee dat verliefdheid niet het belangrijkste in de wereld is, maar als tiener werd dit gevoel sterker en sterker. Op een vreemde manier trok dit me naar de religieuze muziek toe. Zingen voor een hoger doel sprak me wel aan. Ook het zingen voor een, in mijn levensfilosofie, fictief personage beviel me wel. Niemand die me vroeg of ik misschien verliefd was op Jezus. Of dat er misschien “een speciaal jongetje” was voor wie ik de Matthäuspassion zong. Ik mocht eindelijk gewoon mooie muziek zingen, en muzikante zijn, zonder te worden lastiggevallen met verliefdheid of seks.

Uiteindelijk trok de opera me toch meer dan de religieuze muziek: Ook hier kreeg ik de kans om voor een fictief personage te zingen. – Er zijn tenoren en baritons om op het podium zogenaamd verliefd op te zijn, maar waar je na het concert als gewone vrienden een biertje mee gaat drinken. – Ik heb de kans gekregen om deel te zijn van een verhaal. Het zijn verhalen waar liefde en seks weliswaar vaak een rol in spelen, maar waarin veel meer voorkomt. Zoals er meer dan alleen verliefdheid en seks voorkomen in ieder leven, van elke mens die ik ken.

Wij mensen, allemaal, aseksueel of alloseksueel, romantisch of aromantisch, we zijn meer dan verliefdheid, meer dan seksuele relaties, en we zijn meer dan onze relationele status. Dat mogen we best wat vaker gaan erkennen in ál onze muziek.

Muziek die we maken met liefde.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in