Leestijd: 2 minuten

In de bovenbouw ging ik naar een andere klas. Er zaten veel meiden in deze klas en dat zou gezellig worden. Het was alleen wel een bètaklas: Ik had de keuzevakken scheikunde en biologie naast mijn cultuurvakken, en in deze klas was ik het beste in te roosteren.

Ik had een vreemd vakkenpakket, maar ik ben blij dat ik scheikunde heb gevolgd naast biologie. Scheikunde heeft me geholpen om moeilijke biologieopgaven beter te snappen.

Ondanks de scheikundelessen, kon ik niet altijd volgen waar de gesprekken van mijn klasgenotes over gingen. De gespreksonderwerpen waren scheikunde- en natuurkundeformules, proefwerken, verkering, en ouders. Nog steeds ben ik mijn klasgenotes van toen dankbaar dat ik met ze mee mocht praten en erbij mocht horen. Toch begrepen we elkaar niet altijd. Soms werd er iets belangrijks besproken tijdens wiskunde of natuurkunde. Als de meiden het op de gang over de les hadden, dan snapte ik vaak niet waar het over ging. Ik miste de voorkennis en kon soms moeilijk aanhaken in het gesprek.

Gelukkig schoten mijn klasgenotes me tijdens een klassikaal huiswerkuur te hulp met de dingen die ik bij wis- en natuurkunde had gemist. Veel informatie was te vinden in de Binas, een handboek met bondige info over BIologie, NAtuurkunde en Scheikunde. “Zoek nu eens nummer 90 op! Daar staat iets belangrijks!” De pagina ging over de spieren van het menselijk lichaam. Het belang van de pagina ontging me totaal. Ik staarde naar de pagina, maar ik had geen idee waar ik naar op zoek was. Zo bijzonder was deze tekening niet. Maar daar dachten mijn klasgenotes blijkbaar anders over. Vol verwachting staarden ze me aan: “En? Wat vind je ervan? Mooi hè?”

Ik keek naar de spieren, naar de namen van de spieren, naar de kleurcoderingen, en naar het lettertype waarmee de spieren waren opgeschreven. Mij viel niets bijzonders op. Totdat één klasgenote het belangrijkste onderdeel aanwees: “Kijk hier! Een heel strak gespierd kontje! Ik zei toch dat er ook leuke dingen in stonden?”

Het was nooit in me opgekomen om de esthetische waarde van de billen op een anatomietekening te beoordelen. Nu werd opeens van mij verwacht dat ik met een dergelijk waardeoordeel in zou stemmen. Ik dacht altijd dat onrealistische schoonheidsidealen door tijdschriften, films, en reclame kwamen. Blijkbaar staan de mooiste mannen niet in tijdschriften, maar in de leerboeken van de middelbare school. Dit is meteen het meest onhaalbare schoonheidsideaal dat er is. Deze man komt namelijk niet in het echt voor. Hij is een plaatje, letterlijk. Geen enkele man lijkt op dit plaatje. Al was het maar omdat hij alleen spieren en geen huid en haren heeft.

De vraag over de spierenkont was de moeilijkste biologieopgave die ik ooit had opgekregen. Het duurde lang voordat ik een sociaal acceptabel antwoord kon bedenken. Wat moest ik hier nou op zeggen? Het waren billen en ze waren gespierd, ja. Alleen ik had het vermoeden dat dit niet het antwoord was dat ik zou moeten geven. Dit was ook een onderdeel van de biologieles waar ik helemaal niet in bijgespijkerd wilde worden. Heb het met mij maar over kevers, slakken, en zeekomkommers. Mannenbillen zijn vast een interessant specialisme in de biologie, maar mij interesseert het niet.

Toen klonk van achter me de stem van een docent: “Ik dacht dat jullie scheikunde gingen doen?”. Scheikunde helpt als je de biologieopgave niet snapt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in