Leestijd: 3 minuten

Aan het begin van de covidcrisis merkte ik hoe lastig het is om verstoken te zijn van fysiek contact met vrienden en geliefden.

Omdat er werd aangeraden om zo veel mogelijk in je eentje te recreëren en zo min mogelijk mensen te zien, bevond ik me heel vaak alleen wandelend in het bos. Dit vond ik eerst heel fijn omdat ik van de rust kon genieten, maar naarmate de tijd vorderde verlangde ik langzaam naar contact.

De hele tijd alleen zijn maakte me verdrietig en gaandeweg begon ik het fysieke contact met mijn vrienden en familie te missen. Ik wilde iemand vasthouden, een stevige rug voelen, over iemands schouder aaien en zachtjes door iemands haren kroelen. Ik wilde mijn volle gewicht aan diegene toevertrouwen met mijn ogen dicht, en niet meer loslaten tot al mijn zorgen waren verdampt in de omhelzing.

Anderen vinden zulke aandacht meestal bij hun romantische partner, die ik niet heb. Dit gebrek aan fysiek contact was voor covid19 al lastig, maar gelukkig had ik veel vrienden die ik af en toe een knuffel mocht geven. Hierdoor was een partner geen noodzaak voor een omhelzing. Nu was het knuffelen van vrienden opeens onverstandig geworden vanwege het besmettingsgevaar. Het afspreken liet ik daarom voor wat het was, en ik ging alleen wandelen in het bos.

In het bos zag of hoorde ik niemand. Enkel de ruisende wind sprak tegen me, en alleen de maan en de bomen wierpen mij hun blikken toe. Het was al laat in de avond en het was donker. De enige kleuren die nog zichtbaar waren, waren blauw en zwart.

Een stevige es trok mijn aandacht. Hij was zo breed als een jonge man en had een verdikking met noesten, precies op schouderhoogte. Ik zag dat hij een stevige rug met een bast als ruwe huid had. Met zijn grote takken en brede schoudernoesten leek hij te zijn gemaakt om te omklemmen en vast te houden. Kortom, deze es zag eruit als een stevige kerel! Hij leek me dan ook de ideale “persoon” om een knuffel te geven.

De boom zou het niet erg vinden, en hij zag er aanlokkelijk uit. Daarbij zou geen vriend, familielid, geliefde of ander mens in gevaar worden gebracht als ik de es zou omhelzen. De kans dat hiervoor of hierna iemand anders hem ook zou knuffelen leek me verwaarloosbaar klein.

Inmiddels was ik al zo lang naar deze es aan het staren, dat ik me bijna bezwaard voelde mijn armen niet om hem heen te slaan. Ik keek nog eens om me heen. Zou echt niemand het zien als ik de boom zou omhelzen? Ik wil niet dat mensen rare dingen over mij denken, dus niemand mocht het zien. Er klonk geritsel. Ik keek op en zag enkel het schijnsel van de maan. De boom bleef mijn aandacht trekken en ik besloot toe te geven aan mijn opwelling om hem te knuffelen.

Met beide handen omsloot ik de es. Ik sloot mijn ogen en voelde zijn ruwe noestige schouders. Ondertussen weerkaatste het suizen van mijn oren tegen zijn stam. Even leek ik daardoor een hartslag te horen in de borst van de es. “Klopklop! Klopklop!” zei zijn hart. Ik deed alsof het de boom was die mij omhelsde in plaats van andersom. Het maakte me zeer gelukkig om weer iemand vast te mogen houden.

Vanuit de bosjes klonk opnieuw geritsel. Meteen opende ik mijn ogen en zag dat het een husky was. Snel liet ik de boom los en deed ik een stapje achteruit. “Hij doet niets hoor!” hoorde ik roepen van ver. “Nee!” zei ik, en ik liep verder. Hopend dat niemand gezien had hoe ik hem had omhelsd, die boom van een vent.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in